Drash 13 mei 5783 Behar – Bechoekotai – Beth Yisraeel – Kampen 2023

 

Behár – Bechoekotai 5783

Op de berg – in Mijn verordeningen.

Torah; Wajikra/Lev. 25:1 – 27:34

Hafterah; Jeremia 16:19 – 17:14

Brit Chadasha; Joh.14:15-27

 

De laatste twee Parasha's van het boek Leviticus vandaag.

In het Hebreeuws 'Wajikra' genaamd.

Hij riep!

God die Moshè riep. God ook die de mens roept, jou en mij.

 

Leviticus ontleent zijn naam uit het Oudgrieks;

naar de priesterlijke stam van de Jisraëlieten “Levi.”

Dit kwam op zijn beurt weer van het rabbijnse Hebreeuws; torat kohaniem = wet van priesters.

 

Even iets algemeens over Wajikra;

Als we over Leviticus spreken met geloofsverwanten, dan vernemen we al snel dat dit voor  menigeen geen favoriet lezenswaardig gedeelte is om te lezen. Dus ook niet om te bestuderen.

Toch was het altijd zo, en bij Torah getrouwe volgelingen denk ik nu nog, dat Joodse kinderen als ze 5 jaar oud worden met dit boek beginnen te lezen.

In een Joods schrijven staat; (Lev. Rabba 7:3)

“Aangezien de kinderen rein zijn en de offers rein zijn, laat de reinen komen en zich bezig houden met dingen die rein zijn.”

Het is ook wel vrij zeker dat Yeshûa als eerste dit boek heeft gelezen.

En dat Hij de Torah bestudeerde is wel duidelijk, anders kon Hij niet als 12 jarige met de Schriftgeleerden in discussie zijn gegaan. (Lucas 2:41-52)

 

Wajikra is als  de 'Blauwdruk voor de toekomst.'

De vastgelegde tijden van de Eeuwige onze G'd zijn als jaarlijkse repetities voor de vastgelegde tijden der verlossing. Zij zijn als de blauwdrukken voor het werk van de Messias.

Een blauwdruk betekent een 'uitgewerkt plan of ontwerp'.

De lentefeesten - Pesach, Ongezuurde Broden, de Omer, en Shawoe'ot - kregen alle een messiaanse vervulling in de eerste komst van de Meester.

De najaarsfeesten - het Feest van de Bazuin, de Grote Verzoendag, het Loofhuttenfeest en de Achtste Dag - wijzen allemaal in de richting van Zijn tweede komst.

Ze zijn een "schaduw van wat komen gaat." (Kol. 2:17)

“Spreek tot de zonen van Israël en zeg tot hen: "De vastgelegde tijden van de HEER welke u zult uitroepen als heilige samenkomsten – dat zijn Mijn vastgelegde tijden." (Leviticus 23:2)

In Leviticus 23 geeft God een kalender aan Zijn volk.

Deze Bijbelse kalender is anders dan die we gewend zijn.

De Bijbelse kalender is de maangericht; die is op de fasen van de maan gebaseerd.

Het wassen en afnemen van de maan bepaalt de dag van de Bijbelse maand.

De kleine splinter van de nieuwe maan verschijnt altijd op de eerste dag van de maand, de volle maan geeft het midden van de maand aan en het verdwijnen van de maan geeft het einde van de maand aan. 

God verklaart bepaalde dagen tot mo'adim, dit zijn de "vastgestelde tijden."

Wat betekent dat? Leviticus 23 is als G'ds agenda.

Hij heeft afspraken vastgelegd voor een ontmoeting met Zijn volk. Zij omvatten de wekelijkse Shabbat, de feesten van het Pascha en Shawoe'ot, het Feest van de Bazuin, de Grote Verzoendag en het Loofhuttenfeest/Soekot.

De apostel Shao'el leert ons dat de feesten als een door de Messias verspreidde schaduw zijn. (Kol. 2:16-17)  Als je het woordje 'slechts' tegen komt mag je dat zwart lakken.

Dat staat er in de tekst niet, maar is toegevoegd.

Dat betekent dat elk van G'ds vastgelegde tijden ons iets over de Messias moeten leren.

Bijna alle vastgelegde tijden herdenken een grote daad van verlossing uit het verleden.

We zien nu uit naar Shawoe'ot, op 28 mei a.s. Allen welkom!

 

Leviticus in het middelste boek van de Torah en het is de Torah van de Eeuwige.

Mitswot – geboden  – verordeningen of bepalingen of inzettingen van Godswege.

We lezen in Deut.4:44,45;

Dit is nu de wet, die Mozes den kinderen Israëls voorstelde:

 Dit zijn de getuigenissen – edot, en de inzettingen – choekim, en de mishpatiem, de rechtspraken die Mozes sprak tot de kinderen Israëls, als zij uit Egypte waren uitgetogen;”

 

Zijn geboden, instructies ten leven gegeven zijn dus verdeeld in;

Mishpat, Mishpatiem de beschikkingen, rechtspraken. Burgerlijk recht; niet doden, niet stelen enz.

Eidot/Edot – de getuigenissen, die altijd gaan over Goddelijke getuigenissen.

En we hebben de Choekim, dat zijn verordeningen die geen duidelijke logische redenen hebben.

 

Behar – op de berg is prachtig maar Bechoekotai staat vaak in de schaduw 'Behar.'

Bechoekotai  – in Mijn bepalingen – verordeningen, is nl evenzo belangrijk.

 

Behár-Bechoekotai is een van de zeven sidrot die, afhankelijk van het aantal Shabbatot in een jaar, wordt gelezen als twee afzonderlijke sidrot of samen als één sidra om ervoor te zorgen dat de hele Torah in één jaar wordt gelezen.

  • Behár bevat de wetten van het Shimitta-jaar, het Shabbatjaar,
  • en van het Jowél-jaar, het jubeljaar
  • en Bechoekotai staat vol van G'ds beloften en waarschuwingen
  • en zijn er verzen over het inlossen van een eed en over de giften voor het Heiligdom

 

Ik zou willen inzoomen op de 37e dag van de Omer vandaag.

Op deze dag is het lezen van Ps 95:1-7 gewoon.

'Een lied van lofprijzing' hoe toepasselijk bij deze Parashot.

 

 

 

 

Choekim komt van het werkwoord chakak wat je kunt vertalen als 'inkerven'.

Deze wetten moet je gewoon doen, zonder dat ze voor ons begrijpelijk zijn.

De Mitswot de geboden, ja die kunnen we begrijpen.

Die leren ons wat we moeten doen en wat we moeten laten, moeten vermijden.

Mitzwa is verwant met Tzewat, wat samenbrengen of verbinden betekent.

Met het doen van de Mitzwot verbindt Jisraeel hemel en aarde, roept zij de volkeren op om samen op te trekken in het heel – shalem maken van de wereld.

Daar zien we momenteel niet veel van. ( geweld, onrecht, chaos enz)

Maar het is G'ds blauwdruk.

Een blauwdruk betekent een 'uitgewerkt plan of ontwerp.'

Mitzwot leidt tot vriendschap tussen mensen en tot bondgenootschap tussen mensen en G'd.

Ook de Choekim die veelal van rituele aard zijn – denk ook aan de rode vaars, de rode koe – kunnen we maar beter omarmen. G'd heeft ze gegeven.

Ze reiken verder en dieper dan ons verstand.

 

Choekim  hebben – zoals gezegd – vaak geen logische reden.

De Choekim zijn regels die zijn ingesteld ten tijde van de uittocht van Egypte.

Hun functie was en is nog altijd, de verlokking van afgoderij tegen te gaan.

We konden dat lezen op het einde van Behar, in het begin van hst 26;

“Maak geen afgodsbeelden, zet geen godenbeelden neer, richt geen gewijde stenen op en plaats in jullie land geen stenen met afbeeldingen om je daarvoor neer te buigen, want ik ben de Eeuwige jullie G'd. Neem steeds mijn Shabbat in acht en heb eerbied voor mijn heiligdom.

Ik ben de Eeuwige.”

De Israëlieten waren al ver in het moeras van de Egyptische afgodendienst weggezonken.

Zij zouden de choekim nooit hebben aanvaard, indien ze beseft hadden dat de Eeuwige hun met deze regels van hun gekoesterde afgoderij wilde losscheuren.

Ik zie dat tegenwoordig nog dat mensen, beste mensen wel weten dat de Shabbat de heilige dag is, maar toch aan de zondag vasthouden.

Men koestert de ketenen die hen knellen.

Maimonides zegt o.a. waartoe vele Joodse rituelen dienen;

'Zij gaan de zuigkracht van afgodendienst tegen.

Zij versterken de Joodse identiteit en geven er kleur aan.

Hun werking is effectief, juist omdat ze op een onbewust niveau plaatsvindt.'

 

Nu zijn tegenwoordig  wel meer gedachten gekomen over de Choekim.

 

Bijv. Deut. 22:10-12

“U mag een rund en een ezel niet samen voor de ploeg spannen.

Geen kleding dragen van tweeërlei weefsel, van wol en linnen samen.”

Een jong bokje mag je niet in de moedermelk koken. Ex. 23:19.

Niet twee verschillende soorten zaden inzaaien.

Dit waren regels, onduidelijk het hoe en waarom.

Maar ook voor de Choekim geldt, denk ik 2 Tim. 3:16-17;

16 Elk van God ingegeven schriftwoord is ook nuttig om te onderrichten, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de gerechtigheid,

17 opdat de mens Gods volkomen zij, tot alle goed werk volkomen toegerust.

En.... ( ook Ef. 1:7,8.)

De kennis zal toenemen – Dan. 12:4 – da'ath het woord voor kennis.

Bijna altijd in de zin van geestelijke zaken, kennis van het Woord van G'd.

Dus bovengenoemde 'probleem teksten' worden door tegenwoordige rabbijnen als volgt verklaard;

( hoewel er verschillende meningen zijn) Zoals Jonathan Sacks bijv.

Hierop wordt door rabbijnen wel uitgelegd dat dit niet kan, omdat het ene dier sneller loopt dan de ander en ze ook verschillen in grote.

Het juk zou gaan schuren. De ploeg trekt scheef.

Wat zegt Sha'oel – Paulus;

Vorm geen ongelijk span met ongelovigen – 2 Kor. 6:14.

Welke overeenstemming is er met de Messias en Belial? ( of beliar.)

Belial of Beliar is een Hebreeuws woord dat 'waardeloos, nietswaardig, onnut’ en vandaar ‘slecht, verdorven’ betekent, en wordt gebruikt als een verpersoonlijking van het kwaad. De Schrift bevat de uitdrukkingen „zoon van Belial” („Belialszoon”), „dochter van Belial” („Belialsdochter”) enz., zie Deut. 13:13; Richt. 19:22; 1Sam. 1:16; 25:17,25; enz. In het N.T. wordt Belial tegenover Christus gesteld en als benaming van de satan gebruikt, 2 Kor. 6:15

Yeshûa zegt dat Zijn juk zacht is en Zijn last is licht.

Hij past zich aan onze tred, Hij loopt met ons mee, schouder aan schouder.

En, Zijn last is licht; Hij draagt onze schuld.

Hij 'legt niets op' maar legt uit!

Namelijk de Torah, de Woorden van Zijn Vader.

En die zijn niet zwaar! Deut. 30:9-16; 1Joh. 5:3.

Trek rechte voren in de oude vertaling van Jes. 5:20 en 2 Tim. 2:15.

En dan wol en linnen;

Wol is dierlijk en linnen plantaardig; dat mag kan niet samengaan.

In de was gaat het ene krimpen, het andere niet.

Dat is de Peshat, de bovenste begrijpelijke laag.

Maar de Remez, de tweede laag is dat G'd vermenging haat.

( PaRDeS toepassen bij studeren. Pashat, Remez, Drash, Sod.)

( Principes van Bijbeluitleg – eeniggod.com/principes-van-bijbeluitleg/  – Willem Pluym))

 

En de melk van de moeder is voor het bokje of geitje om te groeien, is leven in de puurste zin.

Een bokje koken betekent de dood.

Dood en leven passen niet bij elkaar. Denk ook aan kosher eten!

Een varken is een omnivoor. Een paling eet naast muggelarven ook dode dieren.

Er zijn nog andere Choekim, waar wij het 100% mee eens zijn;

Je mag geen verschillende dieren laten paren – Lev. 19:19

Waarom is een muilezel niet vruchtbaar?

Muilezels zijn nakomelingen van een paard en een ezel. Een paard heeft 64 chromosomen en een ezel 62.Een muilezel heeft derhalve 63 chromosomen, een oneven aantal dat niet kan worden gedeeld in een even aantal chromosoomparen. Een muilezel kan zich theoretisch dus niet voortplanten

 

(bij een muilezel is de moeder een ezel en een paard de vader. Bij een muildier andersom.)

En een van de meest gelezen teksten is;

‘’Je mag niet het bed delen met een man zoals met een vrouw, dat is gruwelijk.’’ (Leviticus 18:22)

Rabbi Pappa zei;

“Ieder die zich bezighoudt met doen is ook bezig met leren.”

Al doende leert men.

Maar omdat die wetten en regels de tegenwoordige mens veelal tegen het onwillige hoofd stoten wordt Wajikra ook weinig gelezen.

 

Iets over Behar;

G'd gebiedt het Shabbatjaar.

Het Shemitajaar genoemd; het 7e jaar mag het land niet bezaaid worden.

Wat vanzelf opkomt mag men eten. Maar na 6 jaar bebouwing moeten de akkers braak liggen.

Dezelfde rust wordt voorgeschreven aan de wijngaard.

 

Na 7x7 komt het Jubeljaar zoals wij dat noemen.

Het 50ste jaar. Joweeljaar, de 50ste jaardag. Jubileum jaar dus.

In het Joweeljaar worden slaven – de avodiem, de werknemers vrijgelaten.

Men moet een slaaf, de werknemer dus, menselijk behandelen.

Fundamentele boodschappen bevatten deze regels;

de eerste is dat niets hier op aarde permanent is, zeker bezit niet.

Eigenlijk hebben we alles te leen, in beheer. Want de Eeuwige zegt;

“Want het is alles van Mij, want vreemdelingen  zijn jullie, die bij Mij te gast zijn.” 25:23. Hebr.11;13

Davied omschrijft het in Psalm 24;

“De aarde is van de Eeuwige en al wat zij bevat,

de wereld en wie er wonen.” ( zie ook Psalm 39)

 

En de tweede boodschap is;

Stel je voor, overal in het land klinkt het machtige geluid van de Shofars, overweldigend geschal, overal te horen; signaal van de fundamentele bevrijding, een jaar lang, waarin knellende banden verbroken worden.

Allerlei in bijna een halve eeuw ontstane complicaties worden weer ontrafeld.

Weggeblazen zou je kunnen zeggen.

Een wereld van vrede, verzoening en viering.

Behár gaat  over het Jubeljaar en de losser, die voor zijn familie instaat in het geval van slavernij of van de verkoop van een stuk land.

In Lukas spreekt Yeshûa hierover.

Hij zegt dat Hij het aangename jaar verkondigt., het joweel jaar dus.

Hij is de Losser, Die vrij koopt van slavernij.

Kijk naar het woord Golgotha; in het Hebreeuws galgalta waar het woord go'el in opgesloten zit.

Woordverband met go'el en het werkwoord ga'al;

verlossen, vrijkopen, de losplicht vervullen.

Denk aan Jehoshûa, Jozua. Hij komt aan bij Gilgal – omwenteling. Jozua 4:8.

De afwenteling van de smaad van Egypte, Mitsrajim.

Yeshûa kocht Zijn familie vrij, Zijn broeders en zusters.

Hij deed dat voor Zijn volk en voor een ieder die in Hem gelooft en Hem wil volgen.

Golgotha betekent schedelplaats; gulgaleth.

Galgal is afwentelen; de schuld is afgewenteld door Zijn verlossend handelen op de schedelplaats.

Lees maar eens Jesaja 61; het jubeljaar van de verlossing.

Lezen; 61:1-3 en 10-11.

 

Als vloek een zegen wordt.

De zegeningen van Parasha Bechoekotai zijn kort en duidelijk.

“Als jullie mijn bepalingen- choekim opvolgen en je aan mijn geboden houdt en ze naleven.”(26:3)

Dan zal Israël leven in harmonie met de wil van G'd, dan zal het leven in harmonie met het land.

Er zal op tijd regen vallen, de grond zal vruchtbaar zijn en er zal genoeg te eten zijn.

Vijanden worden met succes op de vlucht gejaagd.

Ja vijf van hen zullen honderd vijanden verjagen en met honderd verjaag je tienduizend.(26:8)

Ze zullen kinderen krijgen zoals G'd de aartsvaders had beloofd.

G'd zal zijn aanwezigheid, zijn tabernakel, onder hen vestigen en ze zullen vrij zijn.

“Ik heb de stangen van uw juk gebroken en u rechtop laten gaan.”Lev. 26:13.

De vervloekingen daarentegen zijn lang en angstaanjagend.

De natuur zal zich tegen hen keren. Er zal een verschrikkelijk onheil komen, slopende koortsen zullen het licht in hun ogen doven en de adem afknijpen.

“De hemel boven je hoofd zal van ijzer zijn en de grond onder je voeten van koper.” (26:19)

En zo gaat heel veel verzen door en wordt dit wel het donkerste gedeelte van de Torah genoemd.

Totdat de Eeuwige zegt dat er een ommekeer mogelijk is. (vs40)

En het eindigt in dit hoofdstuk met de belofte, eens gegeven;

“Ik zal hen niet verwerpen...Ik zal mijn verbond met hen niet verbreken, want ik ben de Eeuwige hun G'd.” (44,45)

 

Beloning en straf; de consequenties van onze keuzes.

Scherp wordt er gesproken over de gevolgen van de keuzes die worden gemaakt.

Als ze G'd trouw blijven, zullen ze worden gezegend.

Maar als ze hem ontrouw zijn, zullen nederlaag, verwoesting en vernietiging en wanhoop volgen.

Door niet-joden worden deze gedeelten vaak bekritiseerd.

Men leest over een wraakzuchtige en straffende G'd.

Hoe G'd te verzoenen met de G'd van liefde en vergeving en de zogenoemde 'dertien attributen van barmhartigheid'* De G'd Die Zijn volk liefheeft als een echtgenoot, aldus Hosea.

De G'd Die Jesaja laat zeggen;

“Al zouden bergen wijken en heuvels wankelen, mijn liefde zal nooit meer van je wijken en mijn vredesverbond in onwankelbaar – zegt de Eeuwige, uw Ontfermer.” Jes.54:10.

Is de G'd dan in de Tenach (OT) anders dan zoals Yeshûa ons leerde?

Nee; genade in de Tenach komt ontelbaar keren voor. Bijna 70 maal!

G'd is onveranderlijk! Num.23:19; 1Sam.15:29; Mal.3:6.

Hij sluit een eenzijdig verbond met Abraham en daarmee laat Hij zijn genade zien aan de mensheid.

Gedetailleerde studies tonen aan dat wanneer mensen geloofden dat als G'd weet van hun doen en laten, de kans kleiner was om G'ds bepalingen te overtreden.

Om menselijker te zijn naar de medemens en zich aan G'ds leefregels te houden.*

Zo kan een vloek-dreiging helpen om een zegen te worden voor elkaar.

In onze samenleving is er de 'dreiging' voor boetes voor bijvoorbeeld verkeersovertredingen.

Regels helpen ons ook om hoewel niet gelijk zijnde, toch gelijktijdig in harmonie te leven.

Het geloof in de Eeuwige, onze Schepper, kan ons behoeden om zelf het heft in handen te nemen.

Het Godsbesef, het vertrouwen dat er Iemand is Die het laatste woord heeft.

Het oordeel komt Hem alleen toe en in dat besef worden mensen minder wraakzuchtig.

Ontzag voor G'd helpt om respect voor de medemens te krijgen.

 

 

Dat is ook wat Maimonides 'de vervolmaking van de samenleving' noemt, die, hoewel minder waardevol dan de vervolmaking van de ziel is, essentieel is. 

De opvatting, dat gehoorzaamheid aan de Torah, aan de mitswot, choekim en mishpatim,* wordt beloond en ongehoorzaamheid wordt gestraft, weerklinkt in een oud verhaal van de rabbijnen.

Het is het verhaal van de man die in een storm van het dek van het schip slaat.

De kapitein gooit de man een reddingsboei toe en roept;

“Grijp hem vast en laat niet los! Want als je loslaat, dan verdrink je.”

De Torah is de levenslijn voor het Joodse volk.

Dat ons gebed met Davied is uit Psalm 119:18,19;

“Ontsluit mijn ogen en laat mij aanschouwen,

de wonderen van Uw Torah.

Ik ben een vreemdeling op aarde, gêr anochi wa'aretz

verberg Uw geboden, Mitzwotecha, niet voor mij.”

 

In de Hafterah hebben we Jeremia 17 gelezen.

Het knettert;

“Vervloekt is de man die vertrouwt op de mens en die een schepsel tot zijn arm stelt

terwijl zijn hart van de Eeuwige afwijkt.” (vers 5)

Maar “Gezegend is de man die op de Eeuwige vertrouwt,

wiens vertrouwen de Eeuwige is!”(vers7)

De man = hier staat de gêver; de sterke man, de krijger.

Gaveer ja, dat kennen we – de vriend. Daar hebben we gabber van overgehouden.

En Gabriy'el, de aartsengel; krijger van G'd.

Hier eerst in vers 5 is het de sterke man, de strijder die valt voor wat mensen hem beloven.

Dan in vers 7 de sterke man die dwars door alles heen op de Ene blijft vertrouwen.

Ja, sterke geloofsmensen, de groten der aarde, ze kunnen vallen.

En dan vers 13;

“Eeuwige, Hoop van Jisraeel, allen die U verlaten zullen beschaamd worden.

Want wie zich van Mij afkeren, zullen in de aarde worden geschreven,

want zij hebben de bron van het levende water, de Ene, verlaten.”

Dat doet mij denken aan Psalm 69: 29;

“Laat hen uitgewist worden uit het boek des levens.”

Maar ook aan Joh. 8:6.

je kent het verhaal; de Schriftgeleerden – niet alle, maar enkele – brengen een overspelige vrouw bij Yeshûa.

Daar ligt ze; verslagen en waar is de dader? Waar is de man?

En Yeshûa Hij zwijgt en schrijft  met de vinger in de aarde.

Wat schreef Hij? Het staat er niet bij. Maar Hij kende de Torah en de geschriften.

Was al op zijn twaalfde in gesprek met de Schriftgeleerden, die zich toen al verbaasden.

Niet alle theologen zijn het er over eens schreef Klaas Runia, gereformeerde predikant mij in begin jaren '90, toen ik hem een brief had geschreven en veronderstelde dat Yeshûa de namen van hen opschreef in de aarde.

Nee, als alle theologen het er niets mee eens zijn, kun je het nooit met zekerheid zeggen. Rabbijnen ook niet.

Maar die laten de kern nooit los!

Denken de theologen, die een steeds dunner Bijbeltje overhouden, omdat ze over de kern twijfelen, omdat ze vinden dat dat al het beschrevene niet letterlijk moet worden opgevat.

Daar is dan het gemengde zaad al gezaaid voor de leegloop!

Daar wordt dan hun 'wijngaard' bezaaid met twee soorten zaden.

 

Ik denk dat Yeshûa de namen opschreef. En Hij zei;

“Wie van u zonder zonde is, laat die de eerste steen maar werpen.”

En toen schreef Hij opnieuw in de aarde.

Ze dropen af, als verslagen honden met de staart tussen de benen.

En Yeshûa veroordeelde de vrouw niet en sprak; ga heen en zondig niet weer!

Hier herkennen wij dat Yeshûa de Torah voor leefde.

Hij kent het Vaderhart als geen ander. Hij 'vertaalde' de genade van G'd.

Immers in vers 28zegt Hij, dat

“Hij vanuit Mijzelf niets doe, maar dat Ik de dingen spreek zoals Mijn Vader Mij heeft onderwezen.”

 

 

Totdat....

Totdat de vraag komt; waarom worden gelovigen zo vervolgd en waarom gaat het goddelozen zo vaak voor de wind?

Hoe vaak roept de Psalmist dat wel niet uit! Ps. 119:81-88.

In Psalm 73 bekend Asaf dat hij jaloers was op de dwazen,

de rasha'im, de kwaadaardigen.

Hij zag dat die kwaad van aard zijn, geen moeiten hadden;

'het geweld bedekte hen als een mantel.'

Hij wordt gekweld en hij voelt dat zijn bestraffing er elke morgen is.

Totdat...totdat Asaf G'ds heiligdom binnenging. (vers 17)

Hij zoekt naar G'ds Vaderhart.

Hij nadert tot G'd en G'd nadert tot hem, zo adviseert Jacobus ons ook in Jac. 4:8.

Ondanks hun gehoorzaamheid aan G'd, zullen velen de zegen nog niet ervaren.

Volgens vele Joodse geleerden, waaronder Joséf Albo, is de werkelijke oogst na dit leven.

 

Zoals ook het verhaal van de twee boeren.

 

Rabbijn Harold S. Kushner schreef zijn wereldbekende boek

'Als het kwaad goede mensen treft'.

Enerzijds zegt hij, “dat wij mensen zijn, houdt in dat we vrij zijn om elkaar te kwetsen en te beschadigen, pijn en verdriet te doen. God kan ons daarin niet stoppen zonder de vrijheid weg te nemen die ons tot mens maken.”

 

Dan komt de vraag; waar was G'd in Auschwitz?

Hoe kon Hij toestaan dat de nazi's zoveel onschuldige mensen vermoorden?

 

Kushner zegt dat, ''God dat niet veroorzaakte. Het is gebeurd omdat mensen er voor kozen om medemensen onvoorstelbaar wreed te behandelen.”

Anderzijds over ziekte en lijden van onschuldige mensen;

(zijn zoontje Aaron stierf als klein jongetje aan een zeldzame ziekte)

“Ik geloof niet dat God kinderen ziek maakt. De God waarin ik geloof scheept ons niet op met een probleem; Hij geeft ons kracht het probleem te hanteren.”

 

In de Brit is Yeshûa duidelijk; “Als u Mij liefhebt, neem dan Mijn geboden in acht.

Wie Mij niet liefheeft, neemt Mijn woorden niet in acht; en het Woord dat u hoort, is niet van Mij, maar van de Vader, Die Mij gezonden heeft.” Joh. 14:15 en 24.

Ook wij mogen door het geloof in en van Yeshûa die reddingsboei vastgrijpen.

Steeds weer als we door de stormen van de tijd overboord geslingerd worden, komt die uitgestoken hand. Over de gebroken levenszee wandelt Hij naar ons toe.

“Pak Mijn uitgestoken hand maar vast. In Mijn andere Hand houdt ik de Torah.

De Levensinstructies, met de eidot, de mishpatiem en de choekim.

Je bent veilig en zal als een chaveer, een sterke man of vrouw de tijden kunnen doorstaan. Volg Mij maar.”

Zullen wij dat maar doen?

De Levende Torah achterna zodat Zijn stof op onze hoofden moge dwarrelen en Zijn leer in onze harten moge landen. Kunnen wij daar Ameen opzeggen?!

 

 

Fêdde

Bronnen; De StudieBijbel. Jonathan Sacks – Leviticus, Harvey J. Fields en mijn eigen verwoorde gedachten.

 

* De HEER1! De HEER2! Een God3 die barmhartig4 is en genadig5, geduldig6, trouw7 en waarachtig8, die duizenden geslachten zijn liefde bewijst9, die schuld10, misdaad11 en zonde12 vergeeft, en onschuldig houdt13 (Exodus 34:6-7a)

In veel gevallen wordt 7b vertaald met; de ongerechtigheid van vaders vergeldt aan de kinderen en kleinkinderen, tot in de derde en vierde geslacht. Echter, het ww Paqad kan ook vertaald worden met 'zijn aandacht geven, monsteren, bezoeken of zorgen voor.

* Studie van Ara Norenzayan. Toegelicht op blz. 373-378 van Leviticus van Jonathan Sacks.

* Torah zijn leefregels; Mitswot de geboden; Choekim de verordeningen en Mishpatim de rechtspraken.