Parashat Noach – 9-10-2021

Inleiding

We hebben het vaak over het begrip parasha en gebruiken dit ook in de samenkomst. Maar wie weet wat dit woord eigenlijk betekent?

Wanneer is dit gebruik eigenlijk ontstaan? Is het wel Bijbels om een leesrooster te hanteren? Wat zou Yeshua doen?

Het gebruik van parasha’s dateert uit de tijd van de Babylonische ballingschap (6e eeuw v.Chr.). De oorsprong van de eerste openbare Thora-lezingen is volgens sommigen te vinden in het boek Nehemia (8:5-6), waar de schrijver Ezra aangeeft dat hij een manier wilde vinden om ervoor te zorgen dat de Israëlieten niet opnieuw zouden afdwalen. Dit leidde tot de oprichting van een wekelijks systeem om de delen van de Thora in synagogen te lezen. In het Brit Chadasha lezen we dat men dit ook gewoon deed.

  • 4: 16-17: ‘’En Hij kwam in Nazareth, waar Hij opgevoed was, en ging naar Zijn gewoonte op de dag van de sabbat naar de synagoge, en Hij stond op om te lezen. En aan Hem werd het boek van de profeet Jesaja gegeven, en toen Hij het boek opengedaan had, vond Hij de plaats waar geschreven stond:…’’
  • 13: 14-15: ‘’Zij gingen op de dag van de sabbat de synagoge binnen en gingen daar zitten. En na het voorlezen van de Wet en van de Profeten lieten de hoofden van de synagoge tegen hen zeggen: Mannenbroeders, als er bij u een woord van bemoediging voor het volk is, spreek dan.’’

Noach

Nu naar het Thora-gedeelte van deze week, Noach. In zijn tijd verslechterde het gedrag van de mensen. De hele aarde was verdorven (6:11). De mens verdierf het en aangezien de mens de kern van de schepping is, werkt dit door op de hele aarde.

Hoe wordt Noach wel genoemd in het Brit Chadasha? 2 Petr. 2: 5: ‘’En Elohim heeft de oude wereld niet gespaard, maar het achttal van Noach, de prediker van de gerechtigheid, bewaard, toen Hij de zondvloed over de wereld van de goddelozen bracht;’’

Hoe moeten we dit zien? Een verklaring is het feit dat hij 120 jaar werkte aan de bouw van de ark. In die tijd kon men aan hem vragen waarom hij dat aan het doen was. Hij kon dan antwoorden dat Elohim een vloed over de aarde zou brengen, vanwege hun zonden. Daardoor zou men geïnspireerd kunnen worden om zich te bekeren, maar het tegenovergestelde gebeurde. Men bespotte Noach.

Tijdens Soekot hebben we kunnen lezen dat er 70 stieren werden gebracht. Ooit over nagedacht wat dit zou kunnen betekenen? Het zou goed kunnen dat die gebracht worden voor de 70 volkeren op aarde. In hoofdstuk 10 van onze parasha lezen we namelijk dat er 70 primaire volkeren afstammen van Noach en zijn 3 zonen.

Een van die nakomelingen is Nimrod, waarover we lezen in Gen. 10-11. In 10:10 lezen we: ‘’Het begin van zijn koninkrijk bestond uit Babel, Erech, Akkad en Kalne in het land Sinear.’’
וַתְּהִי רֵאשִׁית מַמְלַכְתּוֹ בָּבֶל וְאֶרֶךְ וְאַכַּד וְכַלְנֵה בְּאֶרֶץ שִׁנְעָֽר

Mamlachto, dit woord komt van mamlacha. Koninkrijk. Het eerste vers in de Thora waar dit voorkomt. Het begin van zijn regering was dus in Babel. Vóór Nimrod waren er nog geen koninkrijken en geen oorlogen. Wie weet wat zijn naam betekent? Laten we rebelleren. Rebelleren tegen wie? Tegen de Schepper!
(Aanvulling: Hij is ook een ‘jager’, net als Ezau. Dit linkt naar opjagen en onderdrukking. De geest van Nimrod is in het NT-Babel, de christelijke wereld, wat aangestuurd wordt door de geest van Edom, die we vinden in het Vaticaan, wat zich heel anders voordoet dan het is. Deze twee machten zijn uit op macht, en verderven tegelijkertijd de schepping door hun zucht naar grootsheid. FvdV)

Hij zette de mensen in opstand tegen hun Schepper en misleidde de massa’s. alle ingrediënten voor grootsheid waren aanwezig. Er was een leider, alle volkeren waren nog verenigd in één plek, ze spraken allen dezelfde taal (Hebreeuws) en als ze wilden konden ze nog van Noach, Sem en Abraham leren hoe Elohim gediend wilde worden. Toch koos de mens voor zichzelf en voor eigen prestige.

Onze Elohim bleef genadig, want in 11:5 lezen we dat HaShem neerkomt uit de hemel om de stad en de toren te bezien. Dat toont ook aan dat Elohim een rechtvaardige Rechter is, want een Rechter kan pas een goed oordeel vellen als hij de zaak goed heeft onderzocht.

Dit zijn wat algemene zaken die we in deze parasha kunnen lezen. Maar we zijn nog niet klaar. Er zijn nog zaken die ik geleerd heb van Fulp vd Velden, die ik graag met jullie wil delen.

Diepere lagen

In deze parasha zijn er 153 verzen, dit komt overeen met de getalswaarde van de naam בְּצַלְאֵל en dat betekent ‘in de beschermende schaduw van El’. Kan dit een hint zijn naar de bescherming van Noach en zijn familie in de ark?
Noach moest een ark (תֵּבָה) maken om de mensheid te bewaren voor de vloed. Waar doet ons dat aan denken? Aan het feit dat wij ons vandaag moeten voorbereiden op de aliyah.

Wat is de link met Noach, de ark en de doop? Laten we eens lezen in 1 Petr. 3: 20-22: ‘’God wachtte in Zijn geduld nog eenmaal in de dagen van Noach, terwijl de ark gebouwd werd, waarin weinige – dat is acht - mensen behouden werden door het water heen. Het tegenbeeld daarvan, de doop, behoudt nu ook ons. Maar niet als een verwijderen van het vuil van het lichaam, maar als vraag aan God van een goed geweten, door de opstanding van Yeshua Messias, Die aan de rechterhand van God is, opgevaren naar de hemel, terwijl de engelen, machten en krachten Hem onderworpen zijn.’’

 

Zoals gezegd vinden we een link tussen de ark en de doop. Er is daarnaast ook een link tussen die ark en de wederkomst van Yeshua.

Er zat namelijk een deur in de ark (6:16)  en in 7:16 lezen we dat haShem de deur achter hen dicht deed. Toen men veilig in de ark zat, deed Hij de deur dicht. Een gesloten deur achter degenen die mochten ingaan. Een thema dat we ook ergens anders in de Bijbel terugvinden. Gaat er een belletje rinkelen?

Mat. 25:1-11: laten we eens met elkaar lezen.

Enkele opmerkingen:

  • Dan zal het Koninkrijk der hemelen gelijk zijn aan tien meisjes (v. 1) 1 Sam. 25:42
  • Vijf van hen waren wijs en vijf waren dwaas. (v. 2) Ef. 5: 15-16
  • Toen de bruidegom uitbleef, werden zij allen slaperig en vielen in slaap. (v. 5)
  • Toen zij weggingen om olie te kopen, kwam de bruidegom; en zij die gereed waren, gingen met hem naar binnen naar de bruiloft, en de deur werd gesloten. (v. 10)
  • Later kwamen ook de andere meisjes, die zeiden: Heer, heer, doe ons open! Hij antwoordde en zei: Voorwaar, ik zeg u: ken u niet. (v. 11-12)

Laten we nu Luk. 13:22-27 lezen.

Enkele opmerkingen:

  • Vanaf het ogenblik dat de Heer des huizes is opgestaan en de deur heeft gesloten, dan zult u beginnen buiten te staan en op de deur te kloppen en te zeggen: Heere, Heere, doe ons open. En Hij zal antwoorden en tegen u zeggen: Ik weet niet waar u vandaan komt. (v. 25)
  • Hij zal zeggen: Ik zeg u, Ik weet niet waar u vandaan komt. Ga weg van Mij, allen die ongerechtigheid bedrijven. (v. 27) à 7: 21-23

Als Yeshua terugkomt, dan zullen er dus mensen met Hem in mogen gaan tot het feestmaal, maar er zullen ook mensen buiten staan, omdat de deur voor hen is toegesloten. Doet ons dat niet denken aan de ark? Mensen mochten zich bekeren, maar wilden niet. Zij bespotten Noach. Maar toen puntje bij paaltje kwam was de deur dicht. De genadetijd was, om het zo te zeggen, voorbij voor hen. Hier spreekt ook 2 Petr. 3 over.

Er zullen in onze tijd spotters komen die zullen zeggen (v.4): ‘’Waar is de belofte van Zijn komst? Want vanaf de dag dat de vaderen ontslapen zijn, blijven alle dingen zoals vanaf het begin van de schepping.’’

En wat staat er dan in vers 7? ‘’Maar de hemelen die er nu zijn, en de aarde, zijn door hetzelfde Woord als een schat weggelegd en worden voor het vuur bewaard tot de dag van het oordeel en van het verderf van de goddeloze mensen.’’

Denk hierbij aan Jes. 26: 10-11: ‘’Al wordt de goddeloze genade bewezen, hij leert niet wat gerechtigheid is: in een land van recht bedrijft hij onrecht en de hoogheid van de HEERE ziet hij niet. HEERE, Uw hand is opgeheven, maar zij zien het niet. Toch zullen zij het zien en beschaamd worden vanwege de ijver voor Uw volk; ja, het vuur voor Uw tegenstanders – het zal hen verteren.’’

Die spotters uit vers 4 kunnen wij als antwoord vers 9 geven: ‘’De Heere vertraagt de belofte niet (zoals sommigen dat als traagheid beschouwen), maar Hij heeft geduld met ons en wil niet dat enigen verloren gaan, maar dat allen tot bekering komen.’’

En vers 10: ‘’Maar de dag van de Heere zal komen als een dief in de nacht. Dan zullen de hemelen met gedruis voorbijgaan en de elementen brandend vergaan, en de aarde en de werken daarop zullen verbranden.’’

Hier is sprake van een vuuroordeel. Een oordeel waarbij de aarde en de werken daarop zullen verbranden. Lezen we ook niet dat wij ons geestelijk leven zodanig moeten bouwen dat onze werken door vuur beproefd kunnen worden?

1 Kor. 3: 11-15: ‘’Want niemand kan een ander fundament leggen dan wat gelegd is, dat is Yeshua Messias. Of nu iemand op dit fundament bouwt met goud, zilver, edelstenen, hout, hooi of stro, ieders werk zal openbaar worden. De dag zal het namelijk duidelijk maken, omdat die in vuur verschijnt. En hoe ieders werk is, zal het vuur beproeven. Als iemands werk dat hij op het fundament gebouwd heeft, standhoudt, zal hij loon ontvangen. Als iemands werk verbrandt, zal hij schade lijden. Hijzelf echter zal behouden worden, maar wel zo: als door vuur heen.’’

Rond de wederkomst komt er dus vuur. (Joel 2: 1-3). Waarom haal ik dit aan?

Nou, er is een link tussen de geschiedenis van Noach en de wederkomst, maar ook met Lot. Let op. We lezen namelijk in de Bijbel dat we lering kunnen trekken uit de dagen van Noach. In Lukas 17, vinden we het volgende:

Lukas 17: 26-32: ''En zoals het gebeurde in de dagen van Noach, zo zal het ook zijn in de dagen van de Zoon des mensen. Zij aten, zij dronken, zij namen ten huwelijk en zij werden ten huwelijk gegeven tot op de dag waarop Noach de ark binnenging en de zondvloed kwam en hen allen om deed komen. Op dezelfde manier ook, zoals het gebeurde in de dagen van Lot: zij aten, zij dronken, zij kochten, zij verkochten, zij plantten, zij bouwden. Op de dag echter waarop Lot uit Sodom wegging, regende het vuur en zwavel uit de hemel en bracht hen allen om. Evenzo zal het zijn op de dag waarop de Zoon des mensen geopenbaard zal worden. Wie op die dag op het dak zal zijn, met zijn huisraad in huis, moet niet naar beneden gaan om het mee te nemen. En wie op de akker is, moet evenmin terugkeren naar wat hij achterliet. Denk aan de vrouw van Lot.''

Bij beide mannen was er sprake van een goddelijk oordeel; bij Noach door water en bij Lot vond het oordeel plaats door de vuur- en zwavelregen, waarbij Sodom en Gomorra verwoest werden. Hier staat ook dat het evenzo zal zijn op de dag waarop de Zoon des mensen geopenbaard zal worden. Met andere woorden: als Yeshua de Messias terugkomt naar de aarde, dan zal er weer een vuur- en zwaveloordeel komen en zullen er veel mensen omkomen. Op het eind staat de waarschuwing: ''denk aan de vrouw van Lot''. Wat gebeurde er met haar? Bij het wegvluchten uit de stad, keek zij achterom en werd tot een zoutpilaar. Zij kon dus niet ontkomen, het lijkt wel alsof zij nog niet helemaal los was van het leven uit die stad.

Ook Psalm 50: 3 spreekt hierover, met betrekking tot de komst van de Heere: ''Onze God komt en zal niet zwijgen; voor Zijn aangezicht verteert een vuur, rondom Hem stormt het geweldig.''

Als we Openbaring 8:7 en 9:18 lezen, dan lijkt het erop alsof 1/3  van de mensen op aarde hierdoor om zal komen: ''En de eerste engel blies op de bazuin, en er kwam hagel en vuur, vermengd met bloed, en dat werd op de aarde geworpen. En het derde deel van de bomen verbrandde, en al het groene gras verbrandde. Door deze drie werd het derde deel van de mensen gedood: door het vuur, de rook en de zwavel. ''

Uitredding

Als we dit allemaal zo lezen, dan kan de schrik ons om het hart slaan. Als de aarde verbrandt, waar kunnen we dan ontkomen?

Daar geeft God ook een antwoord op in Zijn Woord. Sommige mensen geloven dat we als gelovigen door middel van een opname naar de hemel zullen gaan en als zodanig kunnen ontsnappen. Nee, God heeft door heel de schrift heen laten zien dat Hij fysieke ontkoming biedt aan de gelovigen. Denk aan Noach die fysiek een ark moest bouwen om te ontkomen aan het oordeel, denkt aan Lot die fysiek moest vluchten voor het vuuroordeel en denk aan het volk Israël dat fysiek weg mocht trekken uit Egypte. Yeshua wees ons er in Lukas 17 op dat we moesten denk aan de vrouw van Lot. Waarom zouden we aan haar moeten denken als we opgenomen zouden worden naar de hemel? Dan zou Hij toch eerder gezegd hebben dat we moeten denken aan de Henoch? Hij werd immers opgenomen. Nee, alles wijst erop dat we fysiek mogen wegtrekken.

Er staan talloze profetieën in de Bijbel die ons leren dat er een moment komt dat de nakomelingen van het Huis van Juda en het Huis van Israël fysiek mogen wegtrekken. Dat moment ligt nog in de toekomst, vóórdat het komende vuuroordeel gaat plaatsvinden. Maar waar zal dan de ontkoming aan dat vuuroordeel zijn?

Dat zal zijn in Jeruzalem, zoals we lezen in de volgende 3 teksten:

  • Obadja 1:17: ''Maar op de berg Sion zal ontkoming zijn: die zal een heilige plaats zijn; zij die van het huis van Jakob zijn, zullen hun bezittingen weer in bezit nemen.''
  • 14:32: ''De HEERE heeft Sion gegrondvest; en in haar vinden de ellendigen van Zijn volk een toevlucht.''
  • Joel 2:32: ''Het zal geschieden dat ieder die de Naam van de HEERE zal aanroepen, behouden zal worden. Want op de berg Sion en in Jeruzalem zal ontkoming zijn, zoals de HEERE gezegd heeft, namelijk bij hen die ontkomen zijn, die de HEERE roepen zal.''

Maar dan komt het ook aan op geloof. Geloof dat God ons beschermt, want er kan nog een moeilijke tijd komen. De Bijbel leert ons immers dat nog een strijd komt, de strijd van Armageddon, waarin alle volkeren op zullen trekken tegen Jeruzalem.

Zelf denk ik op basis van Openb. 12: 14-17 dat wij, als gelovigen, dan al terug zullen zijn in Jeruzalem. Want we lezen namelijk: ‘’En aan de vrouw (in de Bijbel wordt Israël vaak met ‘de vrouw’ aangeduid) werden twee vleugels van een grote arend gegeven, opdat zij naar de woestijn zou vliegen, naar haar plaats (makom --> Jeruzalem), waar zij gevoed wordt, een tijd en tijden en een halve tijd, buiten het gezicht van de slang. En de slang spuwde uit zijn bek water als een rivier, de vrouw achterna, om haar door de rivier te laten meesleuren. Maar de aarde kwam de vrouw te hulp, en de aarde opende haar mond en verzwolg de rivier die de draak uit zijn bek had gespuwd. En de draak werd boos op de vrouw, en ging heen om oorlog te voeren tegen de overigen van haar nageslacht, die de geboden van God in acht nemen en het getuigenis van Yeshua Messias hebben.’’

Een slang die water spuwt als een rivier, die de vrouw wil achtervolgen. Zou dat letterlijk zijn of beeldspraak?

De slang doet ons denken aan de tegenstander. De tegenstander wil Gods volk, Zijn oogappel graag vervolgen, zoals we door de eeuwen heen gezien hebben (Ps. 83). Hij gebruikt daarvoor waterstromen. Profetische waterstromen. Zullen we eens kijken waar we daar een verklaring voor zien in het Woord?

Jes. 8:7, 9-10: ‘’Daarom, zie, doet de Heere over hen opkomen de machtige, geweldige wateren van de rivier de Eufraat, namelijk de koning van Assyrië (אַשּׁוּר) met al zijn luister. Deze zal buiten al zijn stroombeddingen treden, en over al zijn oevers heenstromen.
Volken, loop te hoop, en word verpletterd! En neem ter ore, allen die in verre landen zijn, omgord u en word verpletterd; omgord u en word verpletterd! Beraam een plan – het zal verijdeld worden! Spreek een woord – het zal niet tot stand komen! Want God is met ons.’’

Jes. 17:12-14: ‘’Wee, het rumoer van vele volken, ze razen als het razen van de zee; en wee, het gedruis van natiën, zij maken een gedruis als het bruisen van geweldige wateren. Al maken de natiën een gedruis als het bruisen van machtige wateren, Hij bestraft het, en ze vluchten, ver weg; het wordt opgejaagd vóór de wind uit als kaf op de bergen, vóór de wervelwind uit als werveldistels. Tegen de tijd van de avond, zie, verschrikking! Voor de ochtend aanbreekt, is hij er niet meer. Dit is het deel van hen die ons beroven, het lot van hen die ons uitplunderen.’’

In openbaring lezen we ‘’Maar de aarde kwam de vrouw te hulp, en de aarde opende haar mond en verzwolg de rivier die de draak uit zijn bek had gespuwd.’’

Doet ons dit denken aan Zach. 14:1-5? Waar staat: ‘’Zie, er komt een dag voor de HEERE waarop de buit, op u behaald, in uw midden zal worden verdeeld. Dan zal Ik alle heidenvolken verzamelen voor de strijd tegen Jeruzalem. De stad zal ingenomen worden, de huizen zullen geplunderd (LXX: gedorst à kaf van het koren à dus reiniging en heiliging), en de vrouwen zullen verkracht worden. De helft van de stad zal in ballingschap wegtrekken, maar het overige van het volk zal niet uitgeroeid worden uit de stad. Dan zal de HEERE uittrekken en tegen die heidenvolken strijden, zoals de dag dat Hij streed, op de dag van de strijd. Op die dag zullen Zijn voeten staan op de Olijfberg, die voor Jeruzalem ligt, ten oosten ervan. Dan zal de Olijfberg in tweeën gespleten worden naar het oosten en naar het westen. Er zal een zeer groot dal ontstaan, als de ene helft van de berg naar het noorden zal wijken en de andere helft ervan naar het zuiden. Dan zult u vluchten door het dal van Mijn bergen, want het dal tussen de bergen zal reiken tot Azal. Ja, u zult vluchten, zoals u gevlucht bent voor de aardbeving in de dagen van Uzzia, de koning van Juda. Dan zal de HEERE, mijn God, komen: al de heiligen met U!’’

Komt de aarde Gods vrouw zo niet te hulp? Doordat het opensplijt en er een groot dal ontstaat?

We hebben het water gelinkt met Ashur, Assyrië.
Hoe kunnen we de strijd tegen Jeruzalem in profetisch licht bezien?
Nou, we lezen in 2 Kon. 19: 31,35: ‘’Van Jeruzalem zal uitgaan wat overgebleven is, en wat ontkomen is, van de berg Sion. De na-ijver van de HEERE van de legermachten zal dit doen. Het gebeurde in diezelfde nacht dat de engel van de HEERE ten strijde trok en in het leger van Assyrië honderdvijfentachtigduizend man neersloeg. Toen men de volgende morgen vroeg opstond, zie, het waren allemaal dode lichamen.’’

Maar Assyrië is niet alleen. Het is een beeld voor de verzamelde wereldmacht, zie o.a. Ps. 83. In Richteren 7 zien we andere volkeren die optrokken tegen Israël en wat ermee gebeurde. Richt. 7: 12, 22: ‘’En Midian en Amalek en al de mensen van het oosten lagen in het dal, zo talrijk als sprinkhanen. En hun kamelen waren ontelbaar, zo talrijk als de zandkorrels die zich aan de oever van de zee bevinden. Toen de driehonderd op de bazuinen bliezen, richtte de HEERE het zwaard van de een tegen de ander, en dat in heel het kamp. En het leger vluchtte naar Beth-Sitta in de richting van Zerera, tot aan de oever van Abel-Mehola, boven Tabbath.’’

Hier zien we dat de vijand zichzelf vernietigt. Dus ofwel de vijand wordt vernietigd door HaShem ofwel vernietigt ze zichzelf. In beide gevallen komt de redding van HaShem! De gebeurtenissen bij Gideon, dat Midian en Amalek vernietigd werden, wordt in Jes. 10:24-26 gelinkt met de vernietiging van het leger van Ashur. Die gebeurtenissen houden verband met elkaar: ‘’Daarom, zo zegt de Heere, de HEERE van de legermachten: Wees niet bevreesd, Mijn volk dat in Sion woont, voor Assyrië, wanneer het u met de staf zal slaan of zijn stok tegen u zal opheffen, zoals Hij eens bij Egypte deed. Want nog een klein moment – en dan is de gramschap voorbij en zal Mijn toorn zich richten op hún vernietiging. Dan zal de HEERE van de legermachten over hem de gesel zwaaien, zoals eens Midian is geslagen bij de rots Oreb. Zijn staf zal over de zee zijn en Hij zal hem opheffen, zoals Hij eens bij Egypte deed.’’

Het punt dat ik wil maken. Net zoals Assyrië in Bijbelse tijden een wereldmacht was (het heeft immers de 10 stammen kunnen wegvoeren en had een zeer grote macht aan strijdwagens), en die macht tegen Israël optrok. Zo zien we daarin een profetisch beeld naar eindgebeurtenissen. In Zach. 14 hebben we gelezen dat alle volkeren zullen optrekken tegen Jeruzalem, en in Openb. 12 lazen we dat ook, maar dan beschreven als de waterstromen die tegen de vrouw waren. Dat ziet dus ook op een verzamelde wereldmacht die gaat optrekken. Denk hierbij aan de VN of de NAVO (en laten we China niet vergeten, wat samenwerkt met Rusland, Iran en Noord-Korea, fv) en dat soort organisaties, of denk aan andere manieren waarop de volkeren gaan samenwerken om tegen Jeruzalem op te trekken. Maar we zien ook dat HaShem hier redding gaat bewerken.

Zoals we net hebben gelezen in Jes. 8:9-10: ‘’Volken, loop te hoop, en word verpletterd! En neem ter ore, allen die in verre landen zijn, omgord u en word verpletterd; omgord u en word verpletterd! Beraam een plan – het zal verijdeld worden! Spreek een woord – het zal niet tot stand komen! Want God is met ons.’’

En in Jes. 17:13-14: ‘’Hij bestraft het, en ze vluchten, ver weg; het wordt opgejaagd vóór de wind uit als kaf op de bergen, vóór de wervelwind uit als werveldistels. Tegen de tijd van de avond, zie, verschrikking! Voor de ochtend aanbreekt, is hij er niet meer. Dit is het deel van hen die ons beroven, het lot van hen die ons uitplunderen.’’

De volkeren bedenken van alles en spannen zich in, maar hierover schrijft Hab. 2:13: ‘’Zie, is het niet van de HEERE van de legermachten dat volken zich inspannen voor het vuur en natiën zich voor niets afmatten?’’

Zie je ook weer die thematiek met vuur?

In vers 17 van Openb. 12 lazen we ‘’En de draak werd boos op de vrouw, en ging heen om oorlog te voeren tegen de overigen van haar nageslacht, die de geboden van God in acht nemen en het getuigenis van Yeshua Messias hebben.’’

Hier zien we bij het woordje ‘overigen’ het Griekse woord loipos. Ditzelfde woord wordt gebruikt in de gelijkenis van die maagden, waar we net over spraken, Mat. 25:11: ‘’Later kwamen ook de andere (loipos) meisjes, die zeiden: Heer, heer, doe ons open!’’

Er is dus een groep van de mensen die Hem verwachtten die ontkomt, die mag ontkomen aan de dingen die komen gaan, maar een deel komt ook die schuilplaats niet in. Hiermee zijn we weer terug bij het aanvankelijk thema uit deze parasha: de ark van Noach. We hebben nu de link gezien tussen die ark en de wederkomst van Yeshua. Er zat namelijk een deur in de ark en we lazen dat haShem de deur achter hen dicht deed. Toen men veilig in de ark zat, deed Hij de deur dicht. Een gesloten deur achter degenen die mochten ingaan. Zij waren veilig voor het oordeel dat kwam. De watervloed. Deze deur is er ook bij de Wederkomst, Mat. 25:10-11. Dit zal waarschijnlijk een politieke deur zijn; je komt Europa niet meer uit.
En Yeshua legt uit dat de wederkomst te vergelijken is met de dagen van Noach en de dagen van Lot. Ik geloof dat er dus fysieke uitredding gaat zijn voor de getrouwen, het overblijfsel dat behouden zal worden door het vuur heen. Zij krijgen een veilige plek, net zoals Noach en Lot dat kregen. Laten we ons richten op die toekomst. Laten we in gedachten houden waar het Brit Chadasha-gedeelte mee afsluit, 2 Petr. 3:14: ‘’Daarom, geliefden, terwijl u deze dingen verwacht, beijver u om onbevlekt en smetteloos (amometos à onschuldig, zonder berisping) door Hem bevonden te worden in vrede.’’
Denk vanuit verre landen aan de HEERE, laat de gedachte aan Jeruzalem opkomen in uw hart (Jer. 51:50).